Praktijkenbank praktijken

 
 
case
15

Bloeiende superdiversiteit in Anderlecht

De Mangoboom in Bloei in Anderlecht begon 19 jaar geleden als een laagdrempelige Congolese zelforganisatie, een soort eerste hulp bij integratie. Nieuwkomers helpen om de eerste sport van de formele integratieladder te nemen, en zo het samenleven in het superdiverse Brussel bevorderen: dat is het doel van deze intussen superdiverse vzw met haar bestuur van vrijwillige professionals, van wie een aantal zelf een migratieachtergrond heeft. Anderen komen uit Nederlandstalige netwerken. In haar dienstverlening vertrekt de organisatie van de noden van onderuit. Samen een gedeelde taal verwerven, werken vanuit noden en behoeften van mensen, en door interculturele ontmoetingen deelnemers verbinden en solidariteit opbouwen: dat is de kern van de zaak.

Mensen kunnen op deze centrale Anderlechtse plaats terecht voor interculturele sociaal-culturele activiteiten die gericht zijn op ontmoeting, en ook voor formele en niet-formele educatie: taalverwerving gericht op interculturele communicatie en interculturele huiswerkklasjes voor kinderen. Voor Congolese ouderen zijn er specifieke activiteiten (verhalen, ontmoeting, beweging). De ontmoetingen en de solidariteit groeien in de leslokalen en in het belendende gemeenschapscentrum De Rinck. Belangrijk zijn de nabijheid en het vertrouwen dat de organisatie geniet. Dat onderscheidt haar van veel welzijnsinstituties. Mensen worden hier erkend, met de bagage die ze meebrengen. De Mangoboom in Bloei zorgt ervoor dat deelnemers in Anderlecht hun weg vinden naar sociale en welzijnsdiensten en zo meer kansen krijgen.

In Brussel is er sprake van een minority-majority-dynamiek: minderheden maken er de meerderheid uit. Dat is ook het geval in de wijk waar De Mangoboom in Bloei is gevestigd, centraal in Anderlecht. Naast de officiële talen Frans en Nederlands worden andere talen er steeds belangrijker. Maar het beleid rond persoonsgebonden kwesties blijft vooralsnog een zaak van de twee klassieke taalgemeenschappen. Dat vormt een belemmering voor organisaties die in deze superdiverse, meertalige realiteit werken en die homogene gemeenschapswerking willen doorbreken. De Mangoboom in Bloei is een van die schaarse organisaties. De solidariteit ontstaat er letterlijk ter plaatse. De vraag rijst hoe die solidariteit kan worden opgeschaald naar politieke vertegenwoordiging.

Het werkwoord diversiteit

De statuten van de qua afkomst superdiverse groep mensen die bij de Mangoboom in Bloei over de lage drempel komen zijn zeer divers: kwetsbare burgers met papieren, mensen zonder papieren, tijdelijk erkende vluchtelingen… Door te hoge drempels (financieel, niet de nodige papieren…) kunnen ze niet meteen terecht bij andere leerinitiatieven. De organisatie zelf staat ook op diversiteit in haar groep vrijwillige professionals die instaan voor de lessen, in de groepen deelnemers, in haar structuur en hele werking. Ze is bewust pluralistisch en niet-confessioneel. Diversiteit is voor de Mangoboom in Bloei iets waarmee je in de alledaagse praktijk mee aan de slag gaat. Diversiteit is hier een werkwoord.

Diversiteit

Traditioneel neemt men aan dat homogeniteit lotsverbondenheid stimuleert en diversiteit solidariteit uitdaagt. Met DieGem zoeken we net naar vormen van solidariteit in diversiteit. Hoe cultureel divers is de groep van mensen betrokken in deze case?

Over naar vrienden

De relaties tussen begeleiders en deelnemers zijn in de Mangoboom weinig hiërarchisch en gebaseerd op vertrouwen. De basishouding van de begeleiders getuigt in de eerste plaats van nabijheid, empathie, een warm onthaal. ‘Altijd klaarstaan’ en ‘er zijn voor de deelnemers’ is voor die deelnemers ook erg belangrijk. De coördinatrice stelt het scherp: “Solidariteit voor mij is schaamte hebben om te eten als iemand naast je geen voedsel heeft.”

Sterk in de manier waarop nabijheid wordt ingevuld is dat men niet alleen inspeelt op noden en behoeften, maar die ook ziet en erkent. Deelnemers ervaren dat ook zo. In die erkenning zit een deel van de interpersoonlijke solidariteit. Ze wordt ervaren als anders dan in andere sociale organisaties of instellingen in de welzijnssector. Het zit hem ook in andere facetten, zoals inspelen op de leefwereld van de deelnemers tijdens de taallessen.

De interpersoonlijke solidariteit uit zich in de Mangoboom in de tijd, energie en kennis die de vrijwillige professionals drempelloos delen (presentie), en dus ook in het empathische vermogen en het begrip dat aan de dag wordt gelegd (nabijheid).


Maar ook tussen de deelnemers zelf ontwikkelen zich netwerken. Hun bestaande netwerken zijn ontstaan op basis van familiale of etnisch-culturele banden, en in de Mangoboom ontstaan er nieuwe op basis van vriendschap. Daar zet men ook sterk op in: door klassen te mengen, ontmoetingen te stimuleren… De nieuwe netwerken versterken ook weer de onderlinge solidariteit: mensen steunen elkaar, delen informatie…

Interpersoonlijke praktijken

Op de gegeven plaats engageren diverse betrokkenen zich in interpersoonlijke praktijken (hier en nu). Welke interpersoonlijke praktijken in deze case zijn relevant voor de ontwikkeling van solidariteit in diversiteit?

Burgerschap met grenzen

Nu kan ik me eindelijk door de buurt bewegen met wat ik hier heb geleerd. Niet alleen de taal, maar ook de mensen die ik heb leren kennen. Voor mij was dit echt dé kans iets van de buurt te leren kennen waar ik woon. Ik heb mezelf echt bevrijd.

Burgerschap is een cruciaal gegeven voor mensen die vaak als tweederangsburgers worden behandeld en voor wie formeel burgerschap niet evident is: “Je hoeft die groep van minderheden absoluut niet uit te leggen wat participatie is, democratie en rechten of burgerschap. Ze snappen dat erg goed, net omdat ze daar elke dag mee geconfronteerd worden.” Houvast geven op het integratietraject: dat is wat de Mangoboom in Bloei probeert.

Culturele erkenning betekent hier dat er ruimte is voor culturele diversiteit en diverse culturele praktijken: de taallessen sluiten aan bij de leefwereld van de deelnemers, de persoonlijke migratiecontext wordt ingezet in het leerproces, op festiviteiten is er ruimte voor diverse voedsel- en modetradities. Mensen worden erkend om wie ze zijn als persoon.

Externen (welzijnswerkers, beleidsmakers) bewust maken van de leefwereld van de deelnemers door hen te representeren en hun belangen te behartigen, bijvoorbeeld wat grondrechten betreft: dat is één vorm van politieke vertegenwoordiging. Deelnemers meer zelfbewust maken en hen zichzelf laten vertegenwoordigen is een andere. Daar is een spanningsveld tussen, waarbij de zelfvertegenwoordiging, persoonlijke versterking en emancipatie een traag leerproces is.

Als de organisatie tegen haar eigen grenzen stoot, wordt er opgeschaald naar de bredere netwerken waar Mangoboom deel van uitmaakt. Zo’n netwerk kan Power Care zijn, een voorportaal van enkele zelforganisaties die een agenda delen. Dat is gelanceerd door de Vlaamse Gemeenschapscommissie, net om zelforganisaties te versterken en naar het ‘gewone’ welzijnswerk toe te leiden. (Het voorportaalproject werd om onbekende redenen stilgelegd.) Een ander netwerk is de federatie Internationaal Comité. Die kaart de problematiek van de individuele zelforganisaties bij hogere beleidsinstanties aan.

Een probleem is de doorstroming van de noden en behoeften van een zelforganisatie als de Mangoboom in Bloei naar de politieke wereld. Er leeft bij de organisatie een gevoel dat er sprake is van schijnparticipatie en instrumentalisering. Men voelt zich niet als volwaardige partner van bij het begin betrokken bij besluitvormingsprocessen.

Materiële – en dus economische – herverdeling gebeurt op de heel lokale schaal van de Mangoboom niet. (In andere zelforganisaties is daar wel sprake van, zoals met collectieve spaarkassen.) In de grotere maatschappelijke herverdeling is Mangoboom in Bloei wel actief: door praktijken op te zetten om deelnemers te ondersteunen bij het verwerven van toegang tot allerlei sociale diensten: gezondheidszorg, juridische bijstand, OCMW, huisvesting, school…

Burgerschapspraktijken

Burgers claimen erkenning, representatie en herverdeling. Op die manier maken ze ook van nieuwe vormen van solidariteit een publieke zaak. Welke burgerschapspraktijken ondersteunen de ontwikkeling van solidariteit in diversiteit in deze case?

Een superdivers wij

Onderlinge afhankelijkheid en ontmoeting zijn in Mangoboom in Bloei uitgesproken bronnen van solidariteit. De deelnemers vormen tijdens de taalklassen en de activiteiten (vriendschaps)netwerken om elkaar in hun integratietraject te ondersteunen, ook omdat ze soms weinig steun vinden bij andere organisaties en/of sociale diensten. De netwerken overstijgen etnisch-culturele identiteiten en zorgen voor informatie en voor sociale en emotionele ondersteuning: “Mensen komen hier om informatie met elkaar te delen, om mensen te leren kennen en actief te worden in netwerken met ander mensen met wie ze zaken kunnen delen.”

Ontmoeting versterkt die netwerken. Die ontmoeting is bij Mangoboom in Bloei specifiek intercultureel en begint in de taalklassen, de aanzet tot andere activiteiten van de organisatie: “Dat is onze vijver: de taalklassen. Dat is waar we mensen samenbrengen. En van daaruit vragen we hen deel te nemen aan activiteiten. Want daar kunnen we mensen met elkaar verbinden.”

Volgens de organisatie vormt ontmoeting de basis voor nog een bron van solidariteit: strijd. Ontmoeting is niet vrijblijvend en niet louter een zaak van gezelligheid. In de ontmoeting en de dialoog ontstaat er ruimte voor discussie en ook voor het leggen van een basis voor gezamenlijke strijd: “Een plaats of ruimte van convivialiteit is een ruimte voor discussie, van tegenstelling, een plaats van het uitwisselen van cultuur en een praktijk van solidariteit.” Of nog: in de ontmoeting ontstaan sterke netwerken die de basis vormen voor een superdivers wij. Ontmoeting dient hier finaal ook een politiek doel: Brussel is een superdiverse stad en zal dat nog meer worden. Integratie herleiden tot een kwestie van taalverwerving en tot homogene taalgemeenschappen is een ferme beperking vanwege beleidsmakers. De Mangoboom in Bloei stelt taal- en culturele homogeniteit als evidente basis voor solidariteit ter discussie. De organisatie genereert solidariteit net door complexiteit en superdiversiteit toe te laten. Zij heeft het gevoel dat het beleid haar in taalstrijden dwingt. Maar zij wil, na de syndicale en de vrouwenstrijd, strijden voor de superdiverse stad, en dat door interculturele ontmoetingen.

Niet-confessioneel pluralisme – en dus respect en tolerantie voor elkaars opvattingen – is het normatieve uitgangspunt van de Mangoboom in Bloei: er is geen set van normen en waarden van een etnische of religieuze groep die mag overheersen. Daar wordt niet over bemiddeld en er zijn ook nauwelijks conflicten over.

Wat wel vaak lastig is: door allerlei sociale problemen van mensen en de bijbehorende praktische verwachtingen die ze hebben, dreigt de interculturele, pluralistische ontmoeting in de marge te verzeilen. Bijvoorbeeld in de huiswerkklasjes, waar ouders zich hoofdzakelijk richten op het maken van huiswerk, niet op ontmoeting. De Mangoboom in Bloei wil geen sociaal werker zijn en geen school-na-de-school, maar moet die rol door de omstandigheden wel opnemen. Het compromis is dat er na een uur huiswerk ruimte is voor activiteiten die de interculturele competenties versterken. Ouders wordt verzocht betrokkenheid aan de dag te leggen en de huisregels na te leven. Ook wie tijdens socio-culturele activiteiten het afsprakenkader niet nakomt, wordt aangesproken, door de coördinatrice van de organisatie of door andere vrijwilligers. Doordat het werkt – mensen leren elkaar echt kennen tijdens informele gesprekken – zien mensen ook de meerwaarde van het uitgangspunt ‘niet-confessioneel pluralisme’.

Bronnen

Wat zet mensen aan om te delen en te herverdelen? Sociologen onderscheiden vier bronnen van solidariteit: onderlinge afhankelijkheid, gedeelde waarden, strijd en ontmoeting.  Welke bronnen bepalen de ontwikkeling van nieuwe vormen van solidariteit in deze case?


bronnen.pdf

Wereldwijd nabij

De Mangoboom in Bloei voert een beleid van nabijheid: het gaat om een specifieke plaats waar men ‘in nabijheid’ een superdivers ‘wij’ produceert. Anders gezegd: de groepen zijn superdivers, de Mangoboom in Bloei is voor een aantal mensen de enige plek zonder te hoge drempel en dus zijn ze wel gedwongen op elkaar aangewezen.


Tegelijk is de organisatie verweven in een transnationaal en zelfs globaal netwerk. Deelnemers vinden vaak via vrienden en familie de weg naar de Mangoboom in Bloei, ook als ze nog moeten vertrekken uit hun land van herkomst, ook als dat land pakweg Brazilië is…

Plaats

Met Diegem zoeken we naar nieuwe vormen van solidariteit op concrete plaatsen (hier), daar waar mensen van heel verscheiden culturele achtergronden (al dan niet gedwongen) nabij zijn. Wat typeert de plaats waar deze case zich afspeelt?

Leren in gelijkheid

Een open betrokkenheid op de gemeenschappelijke superdiverse realiteit: dat is wat de Mangoboom in Bloei stimuleert. Zo ontstaan er kansen op een verbindende dynamiek, in combinatie met onderbreking en discussie: het proces is namelijk nooit af en er blijft ruimte voor debat. Cruciaal in dat proces zijn de professionals.


Zij zijn in de eerste plaats sleutelfiguren, mensen die door hun engagement of de rol die ze opnemen, in hun netwerk gekend zijn. Zij verwerven autoriteit omdat ze informatie en kennis hebben die ook anderen nodig hebben. Vooral bij problemen treden ze op de voorgrond: zo bewaken ze de doelstelling ‘interculturele ontmoeting’ tijdens de huiswerkklasjes, en de gemengde interactie tijdens sociaal-culturele activiteiten. Met andere woorden: ze bewaken de missie van de organisatie. Het streven naar een superdiverse praktijk en interculturele samenleving is bemiddelbaar. Er is in de organisatie openheid wat definities en praktijken betreft. En dus kunnen geijkte machtsordes aan de orde worden gesteld: hoe verhoudt een superdiverse praktijk van interculturele uitwisseling zich tegenover een taalhomogene, Vlaamse gemeenschap?

De professional bemiddelt ook in leerprocessen, vanuit een houding van gelijkheid. Mensen zijn fundamenteel gelijk in de Mangoboom. Dat is essentieel en onderscheidt de organisatie van andere instituties in het welzijnswerk en beleidskringen, waar bijvoorbeeld talenkennis leidt tot vormen van ongelijkheid en minderwaardigheid, en tot het blokkeren van leerprocessen en emancipatie. Door te bemiddelen vanuit gelijkheid zie je ook dat machtsrollen en -verhoudingen veranderen. De Mangoboom in Bloei gaat er bij de (alleen nog Franse) taalklassen van uit dat het leren van een gedeelde taal een manier is om tot een gedeelde noemer te komen, en dus tot communicatie en ontmoeting. Taal is een hefboom voor verbinding. Tijdens de verbindende leerprocessen ontstaat er dan ook indirect een socialiserende dynamiek: mensen helpen elkaar.

Bij de sociaal-culturele activiteiten streeft men naar direct socialiserende leerdynamieken: deelnemers worden in superdiversiteit samengebracht… omwille van het leren omgaan met superdiversiteit en het delen: een lezing over een bepaalde thema, een wereldbuffet, een modeshow…

In de Mangoboom in Bloei maakt de leerdynamiek subjectiverend leren mogelijk: deelnemers worden zich bewust van hun positie in superdiversiteit. De organisatie doorbreekt daarbij gevestigde normen als taalhiërarchie en gemeenschapsideologie. Menselijke intelligentie en competenties hangen niet af van het spreken van een officiële taal. Superdiversiteit is hier het kader waarin het nieuwe burgerschap zich zal ontwikkelen. In die zin vormen deelnemers ook een politieke gemeenschap.

Leerprocessen

De ontwikkeling van nieuwe vormen van solidariteit in diversiteit steunen op processen van sociaal leren. Welke leerprocessen liggen aan de basis van solidariteit in diversiteit in deze case?

Nabij en gericht op transformatie

Universeel of particularistisch? Universeel is het werken aan interculturele interactie en communicatie in de Mangoboom in Bloei. Meertaligheid heerst – de taal van elkeen wordt erkend – en (her)vertaling is de regel om elkaar te begrijpen. Particularistisch is dat de deelnemers erkend worden in hun specifieke taal en leefwereld. Hoe er in de praktijk met dit spanningsveld wordt omgegaan, blijkt uit een feest op Vrouwendag. Men deelt de ruimte, het samenzijn en de uitwisseling rond een thema, particulier is de plek die er is voor specifieke gerechten en kledij.


Afstand of nabijheid? Solidariteit in nabijheid, dicht bij de leefwereld van mensen: dat is wat de Mangoboom in Bloei nastreeft, in tegenstelling tot het mainstream professioneel welzijnswerk, waarmee deze burgers een afstand en een kloof ervaren en waar velen geen aansluiting bij vinden. Noden en behoeften vanuit de eigen leefwereld primeren hier op de doelrationaliteit die men daar ervaart: “Het welzijnswerk heeft moeite met hybride zaken die van onderuit ontstaan.”

Integratie of transformatie? De Mangoboom in Bloei beoogt de transformatie van de bestaande orde, op drie manieren:

1. de benadering van taligheid en ‘gemeenschap’ is anders dan in andere sociale instituties. Taal is een intercultureel instrument om tot een superdiverse gemeenschap te komen, geen voorwaarde en essentie van een gemeenschap. Dat stoot bij het beleid wel eens op onbegrip.

2. Integratie vertrekt van onderuit, bij de specifieke persoon en zijn talige realiteit en competenties. Vandaar uit moeten nieuwkomers een maatschappelijk pad kunnen bewandelen: “Om aan integratie te werken moet je eerst mensen willen ontvangen, met hun bagage die ze meebrengen.”

3. Het doel van het welzijnswerk hier is een antwoord bieden op de specifieke noden en behoeften van de deelnemers, wars van bureaucratie en de professionele ‘welzijnswerktaal’. De grondhouding is ‘divers-sensitief’.

Spanningsvelden

Nieuwe praktijken van solidariteit bewegen op een aantal spanningsvelden. Welke spanningsvelden bepalen op welke wijze mee de ontwikkeling van solidariteit in diversiteit in deze case?

spanningsvelden.pdf