Praktijkenbank praktijken

 
 
case
02

Een school voor iedereen

Voor leerlingen uit een superdiverse school lijkt omgaan met culturele diversiteit wel vanzelfsprekend. Ook directie, leerkrachten, medewerkers en vrijwilligers op en rond de school streven 'een school voor iedereen' na. Zij engageren zich met vallen en opstaan in een intensief leerproces.

De katholieke basisschool Mater Dei aan het Sint-Jacobsplein in Leuven zag haar leerlingenbestand sinds 1990 sterk veranderen. Ondertussen heeft een meerderheid van de leerlingen migratieroots. In vergelijking met andere scholen in het Leuvense kent Mater Dei ook een oververtegenwoordiging van kansarme leerlingen.

Verschillende betrokkenen op en rond de school leerden en leren met die diversiteit aan leerlingen omgaan. Voor de leerlingen zelf is superdiversiteit een alledaags gegeven. Leerkrachten, directieleden, CLB-medewerkers en vrijwilligers die zich inzetten voor de school ontwikkelden de voorbije twee decennia methodes om met de verscheidenheid aan etnisch-culturele achtergronden, socio-economische situaties, thuistalen en leersnelheden om te gaan.

Marter Dei erkent ondertussen de culturele eigenheid en thuistaal van haar leerlingen en zocht manieren om de aanwezige diversiteit zo goed mogelijk vertegenwoordigd te krijgen in de ouder- en schoolraad. Ze streven daarenboven naar een billijke herverdeling van middelen met oog op gelijke kansen. Omwille van schaarste aan middelen bij de gezinnen van de leerlingen en bij de school zelf is dit een quasi onmogelijke opgave. 

Directie, leerkrachten, medewerkers en vrijwilligers zetten zich samen in voor een school voor iedereen uit de buurt. Ondanks een grote diversiteit aan motieven voor die inzet zijn ze bondgenoten. Uiteenlopende ontmoetingsmomenten tussen leerkrachten en de buurt, tussen leerlingen onderling, maar ook tussen ouders versterken dat bondgenootschap.  

Opeenvolgende directies gaven de school als ruimte en plaats vorm op een manier die solidariteit mogelijk maakt en ondersteunt. Dat merk je zowel in de klas, de school en de buurt. De ruimtelijke organisatie van de klassen laat een sterke differentiatie op leerlingenniveau toe. De ruimtelijke vormgeving van de school stimuleert betrokkenheid van de ouders. Het schoolgebouw verknoopt met heel wat andere plaatsen en organisaties uit de buurt.

Het is met vallen en opstaan dat opeenvolgende directies en leerkrachtenteams in samenspel met diverse organisaties uit de buurt verschillende initiatieven ontwikkelden met het oog op kwaliteitsvol onderwijs voor een superdiverse groep leerlingen. Een lange weg waarbij de vele onzekerheden stilaan plaats ruimen voor trots.

Mater Dei veranderde op een vrij radicale wijze haar pedagogische aanpak en zet nu sterk in op een individuele benadering van diverse leerlingen en hun ouders. Dat dit leidt tot een concentratieschool is een minder prettige vaststelling. In de andere scholen uit de omgeving blijft een evenwichtige sociale mix daardoor nog ver zoek.



Contact:

DieGem: Nick Schuermans – nick.schuermans@uantwerpen.be
Mater Dei: directie.kleuter@materdei-leuven.be en directie.lager@materdei-leuven.be


Een buurt die op korte tijd van bevolkingssamenstelling verandert, daagt de plaatselijke school uit om open te staan voor een erg diverse groep van leerlingen.

print deze pagina download volledig rapport

Een superdiverse school

Sinds begin jaren 1990 veranderde het leerlingenbestand van de school sterk. In de beleving van zij die toen de school mee maakten, ging deze omschakeling razendsnel. In niet minder dan twee jaar tijd telde de school 60 tot 70 procent doelgroepleerlingen, een stijging met 35 procent. In 2013 zaten er in een doorsnee klas kinderen uit meer dan tien herkomstlanden.

Volgens de meest recente GOK-cijfers spreken 56 procent van de kleuters en 55 procent van de leerlingen van de lagere school thuis een andere taal dan het Nederlands. Het gemiddelde van de Leuvense scholen op deze indicator bedraagt 17 procent. Dat is een uitdaging voor de communicatie met de leerlingen, maar ook met de ouders. De leerkrachten van Mater Dei besteden veel aandacht aan taal en meertaligheid.

Toch zien de meeste betrokkenen op en rond de school niet die etnisch-culturele diversiteit en meertaligheid als de belangrijkste uitdagingen. Zij signaleren vooral een probleem van geconcentreerde armoede. Waar in 2012 gemiddeld 17 procent van de leerlingen in een Leuvense school een studietoelage aanvroeg, was dat voor de kleuterschool van Mater Dei dubbel zo veel. In de lagere school vroeg zelfs 52 procent van de leerlingen een studietoelage aan.

In de dagelijkse werking van de school zie je nog andere verschillen. Jongens en meisjes spelen vanaf een bepaalde leeftijd vaak in aparte groepjes op de speelplaats. In de klassen spelen grote verschillen in leersnelheid.

Anno 2014 kunnen we Mater Dei een superdiverse school noemen. Etnisch-culturele verschillen, socio-economische verscheidenheid, een rijkdom aan moedertalen en een brede waaier aan leersnelheden doorkruisen er elkaar voortdurend.

Diversiteit

Traditioneel neemt men aan dat homogeniteit lotsverbondenheid stimuleert en diversiteit solidariteit uitdaagt. Met DieGem zoeken we net naar vormen van solidariteit in diversiteit. Hoe cultureel divers is de groep van mensen betrokken in deze case?

Omgaan met verschil

Kinderen ervaren de diversiteit in hun klas heel anders dan de meeste buitenstaanders. Voor hen is multiculturaliteit een alledaags gegeven. Vanuit zo’n positie ontwikkelen zij lichte vormen van solidariteit. Zowel op de speelplaats als in de klas spelen kleuters en leerlingen met verschillende culturele achtergronden samen. Een Turks jongetje en een Marokkaans meisje wijzen je als beste vriend en vriendin een jongen met roots in Sub-Sahara Afrika en een autochtoon meisje aan. De kinderen kennen elkaars culturele achtergrond. Ze weten van elkaar waar ze vandaan komen en welke nationaliteit de ouders van hun vriendjes hebben. Ze zijn ook gevoelig voor wat er in die verschillende herkomstlanden gebeurt.

Directie, leerkrachten, CLB-medewerkers en vrijwilligers zetten zich van hun kant dagelijks in voor de organisatie van de school. Samen met partners uit buurtorganisaties vormen ze een breed netwerk dat van Mater Dei ‘een school voor iedereen’ maakt. Dit gaat gepaard met een fundamentele omwenteling in de pedagogische visie en het zorgbeleid van de school, een sterke betrokkenheid op diverse buurtinitiatieven en een toegenomen aandacht voor meertaligheid en culturele eigenheid. Veel van de interventies die daartoe werden opgezet steunen op solidariteit tussen verschillende actoren op en rond de school. Door samen in te zetten op concrete uitdagingen zoals onbetaalde rekeningen, meertaligheid en ouderbetrokkenheid maken zij bewust werk van een school waar plaats is voor iedereen.

Interpersoonlijke praktijken

Op de gegeven plaats engageren diverse betrokkenen zich in interpersoonlijke praktijken (hier en nu). Welke interpersoonlijke praktijken in deze case zijn relevant voor de ontwikkeling van solidariteit in diversiteit?

Schaarse middelen herverdelen

Het schoolreglement van Mater Dei verwijst uitdrukkelijk naar het evangelie en de katholieke traditie. Naast Kerstmis en Pasen worden ook Sinterklaas en carnaval op school gevierd. 1 Daarnaast stelt de visietekst van de school dat iedereen recht heeft op respect, erkenning en waardering voor zijn anders-zijn. Deze culturele erkenning blijft geen dode letter. Op het jaarlijks eestfestijn wordt bijvoorbeeld kip geserveerd. In de kleuterklassen worden verjaardagen ook volgens andere tradities gevierd.

2 Ook de toenemende aandacht voor meertaligheid bij kinderen en hun ouders getuigt van respect voor ieders culturele eigenheid. Zoveel mogelijk wordt de link gelegd met de thuistaal. Indien nodig spreken leerkrachten ook Frans en Engels in de klas. De school maakt gebruik van pictogrammen en muzische vorming als opstap voor taaladoptie.

Met de jaren viel de oververtegenwoordiging van middenklasse ouders in de ouderraad sterk op. Op zoek naar meer representatieve vertegenwoordiging experimenteerde de school met nieuwe vormen van informele ouderparticipatie en zetelt er ondertussen een vertegenwoordigster van buurtwerking ’t Lampeke in de schoolraad. Het project ‘Onder Ons’ bracht ouders tweewekelijks samen in een babbelklasje. De directie, de leerkrachten en de CLB-medewerker stellen zich zo veel mogelijk aanspreekbaar op.

Het GOK-decreet voorziet scholen met veel GOK-leerlingen van bijkomende zorguren. Mater Dei maakte hier altijd dankbaar gebruik van, maar weet zich de laatste jaren desondanks voor financiële grenzen geplaatst. Het dalend aantal leerlingen, gaat samen met dalende werkingsmiddelen. Naast een daling van de inkomsten die de school zelf genereert, krijgt de school sinds enkele jaren ook minder financiële middelen van de overheid. Naast de eigen budgettaire problemen, confronteert ook de armoede onder sommige leerlingen de school. De meeste leerkrachten zijn zich bewust van de financiële grenzen van vele gezinnen. Tijdens klassenraden is armoede ook een gespreksonderwerp. Het afgelopen jaar verwees de CLB-medewerker verschillende ouders door naar het CAW.

1 Ondanks alle inspanningen botst de school op grenzen in haar ambities om zo veel mogelijk te herverdelen. Zeker in een school met een meerderheid aan kansarme leerlingen is het moeilijk om economische solidariteit op schoolniveau te realiseren. Omwille van onbetaalde rekeningen en een daling van de eigen inkomsten betaalt de school uiteindelijk mee de prijs van de kansarmoede.

Burgerschapspraktijken

Burgers claimen erkenning, representatie en herverdeling. Op die manier maken ze ook van nieuwe vormen van solidariteit een publieke zaak. Welke burgerschapspraktijken ondersteunen de ontwikkeling van solidariteit in diversiteit in deze case?

Gelinkte kwesties

“We are rolling it together”

Diverse actoren op en rond de school vonden elkaar in de strijd voor het recht op kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen. Sommigen haalden hun engagement uit eigen ervaringen met armoede. Anderen engageerden zich vanuit een persoonlijke sociale bewogenheid of vonden inspiratie in de christelijke normen en waarden en de pedagogische traditie van de school. Ondanks de verschillende motivaties heerst er binnen en buiten de school een sterk gevoel van “we are rolling it together”.

Naast heel ruimdenkende leraren, waren er ook met een eerder conservatieve, nostalgische of zelfs racistische kijk. Het lerarenkorps meekrijgen in de nieuwe visie van de school en de pedagogische principes daarachter was een werk van lange adem. De directie organiseerde ontmoetingen en studiedagen om de buurt beter te leren kennen. Eigen personeelsvergaderingen gingen door in de gebouwen van buurtwerking ’t Lampeke. Door leerkrachten letterlijk onder te dompelen in de leefwereld van gezin en woonomgeving van de leerlingen, mikte de directie en het bestuur op groeiend inzicht en begrip.

3 Ook onder een zeer diverse groep van kinderen ontstaat er door regelmatig contact en ontmoeting een gemeenschapsgevoel. Daaruit groeien vriendschappen die etnisch-culturele en socio-economische grenzen overstijgen en leiden tot samenspel. Op de speelplaats en in de klassen van Mater Dei stel je elke dag opnieuw vast dat verschillen in waarden en normen het samen-spelen en samen-leren niet noodzakelijk in de weg staan. Leerkrachten stimuleren bewust de solidariteit onder de kinderen. Snelle leerlingen laten ze samenwerken met tragere. Deze tutoringtechnieken zetten leerkrachten ook in tussen leerlingen van verschillende klassen. De kinderen zijn dan bij het leren niet alleen afhankelijk van hun juf of meester, maar ook van elkaar.

3 In vergelijking met die van hun kinderen, blijven de sociale netwerken van ouders vaak beperkt tot gelijken en gelijkgezinden. De school hoopt dat ook ouders met verschillende culturele achtergronden elkaar leren kennen en een band met elkaar aangaan. Met veel vallen en opstaan onderneemt de school daartoe initiatieven gaande van werving voor de ouderraad tot meer informele babbelklasjes voor ouders, klusnamiddagen en koffiemomenten. Zowel volgens leerkrachten als sommige ouders leiden ontmoetingen op basis van zo’n initiatieven  tot positieve ervaringen die aanzetten tot meer onderlinge solidariteit. Maar in de praktijk blijkt dit toch niet zo vanzelfsprekend te zijn. Samen thee drinken en recepten ruilen leidt niet vanzelfsprekend tot vriendschapsbanden laat staan solidariteit.

Bronnen

Wat zet mensen aan om te delen en te herverdelen? Sociologen onderscheiden vier bronnen van solidariteit: onderlinge afhankelijkheid, gedeelde waarden, strijd en ontmoeting.  Welke bronnen bepalen de ontwikkeling van nieuwe vormen van solidariteit in deze case?


bronnen.pdf

Gelinkte kwesties

Een school voor, van en in de buurt

Zoals in de meeste andere scholen zijn de klassen op Mater Dei geen homogene ruimtes. De kring in de kleuterklassen is de enige ruimte die alle kleuters van eenzelfde klasje tegelijkertijd  gebruiken. Daar wordt samen gezongen, verteld en gevierd. De rest van de klas bestaat uit verschillende hoeken waaronder een computerhoek, een leeshoek, een schilderhoek,  een radiohoek en een knip- en plakhoek. In die hoeken werken de kleuters individueel of in kleine groepjes. Dat laat een gedifferentieerde aanpak van een diverse groep leerlingen toe. Daarbij heeft men niet alleen aandacht voor individuele competentieontwikkeling op maat van de diverse leersnelheden, maar ook voor het leren omgaan met medeleerlingen met andere culturele achtergronden en taalniveaus.

Door de specifieke inrichting van de school ligt de drempel voor ouders lager om directie en leerkrachten aan te spreken. Soms groeten zij ouders en kinderen aan de schoolpoort. ’s Avonds wachten kleuters samen met hun leerkrachten de ouders op in een gezamenlijke ruimte. De meeste ouders komen langs het bureau van de directrice om hun kinderen op te pikken. Ook de CLB-medewerker heeft zijn eigen bureau op school.

Volgens sommigen actief op en rond de school heeft het sterke zorgbeleid, de aandacht voor meertaligheid en de communicatie met de ouders een averechts effect. Zij menen dat de inspanningen om kansarmoede en anderstaligheid een plaats te geven op de school een specifieke imago met zich meebrengt. Mater Dei is er volgens dat imago vooral voor kansengroepen. Zij vrezen dat dit imago niet alleen de aandacht van ouders uit die doelgroepen trekt, maar ook van de directies van de omliggende scholen. Zij zouden kinderen met taalachterstand naar Mater Dei doorverwijzen. Middenklasse ouders uit de buurt van Mater Dei zouden hun kinderen op hun beurt omwille van het imago in andere scholen inschrijven. Om dat beeld bij te sturen wijzigde de raad van bestuur onlangs het logo van de school. De voorstellingsfolder zet de diversiteit onder de leerlingen als een troef in de verf.

Opeenvolgende directies waren er zich bewust van dat de school op zich de armoedeproblematiek en de uitdagingen die met de diversiteit samen gaan niet alleen kunnen dragen. Ze bouwden een brede schoolstrategie avant la lettre uit. Daardoor vervagen de grenzen tussen “binnen” en “buiten” de school. Een deel van het schoolgebeuren vindt plaats in de buurt. De buurt is een bondgenoot die de kloof tussen de thuiscultuur en de schoolcultuur helpt verkleinen. De school verwijst ouders met specifieke noden door naar welzijnsorganisaties uit hun breed netwerk zoals het wijkgezondheidscentrum, de buurtwerking of samenlevingsopbouw. De kinderen van Mater Dei kunnen naar de naschoolse kinderopvang en de huiswerkklas van een nabijgelegen buurtwerking.


Plaats

Met Diegem zoeken we naar nieuwe vormen van solidariteit op concrete plaatsen (hier), daar waar mensen van heel verscheiden culturele achtergronden (al dan niet gedwongen) nabij zijn. Wat typeert de plaats waar deze case zich afspeelt?

Mogen vallen en opstaan

Leerlingen van Mater Dei zoeken net als andere kinderen naar hun eigen identiteit. In een superdiverse school als Mater Dei is dat een eigen identiteit in een superdiverse omgeving. Als van zelf staan zij in zo’n school stil bij vragen als wie ben ik, waar kom ik vandaan en wie ben ik hier. Zo’n relevante, maar informele leerprocessen worden niet gewaardeerd tijdens evaluaties van de school. Inspecties baseren zich eerder op grijpbare, formele criteria en leeruitkomsten en veel minder op dergelijke informele leerprocessen. Verschillende betrokkenen bij Mater Dei vinden het behalen van eindtermen belangrijk, maar betreuren ook de eenzijdige focus op dergelijke formele criteria.

Veel directieleden, leerkrachten en medewerkers van Mater Dei getuigen over het eigen leerproces. Traag maar zeker maakten zij zich methodes eigen om met de gewijzigde schoolpopulatie om te gaan. Ze leerden aangepaste technieken gebruiken om kinderen te leren lezen en aangepaste initiatieven ondernemen om diverse ouders bij het schoolgebeuren te betrekken en met hen te communiceren. Tijdens dit leerproces stelden zij hun eigen denkkaders, normen en waarden meermaals in vraag.

Verschillende betrokkenen typeren dit leerproces niet als een voortschrijdend inzicht dat zich in de loop van de jaren heeft ontwikkeld. Leren omgaan met superdiversiteit is volgens hen veel meer een kwestie van vallen en opstaan, waarbij trial and error een belangrijke rol speelt. Dat opeenvolgende directies ruimte lieten zonder garantie op succes om nieuwe methodes en werkwijzen uit te proberen was daarbij zeer waardevol.

Bij diverse betrokkenen van Mater Dei groeide in de loop der jaren het besef dat er ontzettend veel geleerd is, een hele weg is afgelegd. Ondertussen pikken andere scholen en de stad Leuven verschillende ideeën op. De permanente onzekerheid over het wel en wee van de didactische en praktische inrichting van de school maakte stil aan plaats voor trots over de afgelegde weg.

Leerprocessen

De ontwikkeling van nieuwe vormen van solidariteit in diversiteit steunen op processen van sociaal leren. Welke leerprocessen liggen aan de basis van solidariteit in diversiteit in deze case?

Radicaal anders

Heel de omvorming van Mater Dei naar een school voor iedereen uit de buurt verliep niet zonder spanningen. Er heerste lange tijd een polarisatie tussen radicale hervormers en een groep die meer gericht was op kleinere aanpassingen binnen de contouren van de gangbare praktijk. De eersten vonden het onmogelijk om vast te houden aan de bestaande educatieve en organisatorische praktijken. Volgens de anderen was het de taak van de school om kansarmen en anderstaligen net zo goed mogelijk te integreren in de bestaande aanpak. Deze verschillende uitgangspunten gingen gepaard met fundamentele meningsverschillen over de pedagogische onderbouw, de didactische aanpak, de communicatie naar de ouders, de inning van de schoolrekeningen, de erkenning van culturele verschillen en het opzet van de ouderparticipatie.

Mettertijd werd het steeds duidelijker dat de school haar doen en laten grondig moest veranderen. Opeenvolgende directies drukten dit ook door. De vraag rees of zo’n radicale ommezwaai moest resulteren in een aanpak die voor elke leerling en ouder hetzelfde is, dan wel in een aanpak die verschilt voor specifieke doelgroepen. Vandaag zet de school heel sterk in op een individuele benadering van zowel kinderen als ouders. Daartoe ondersteunt het zorgbeleid niet alleen de leerlingen in de klassen, maar ook de leerkrachten zelf. In de klasjes werken leerkrachten zowel met de snelle als met de tragere leerlingen regelmatig apart. Daarnaast krijgen de tragere leerlingen uit de lagere school pre-teaching lessen van de zorgleerkracht om de uitleg in de klas beter te kunnen volgen. De snelle leerlingen worden voor elk wiskundeblok getoetst en krijgen als ‘wiskunstenaars’ bijkomende oefeningen als ze de leerstof al blijken te kennen nog voor ze in de klas is behandeld. Ondanks de oververtegenwoordiging van kansarme leerlingen en de specifieke zorg die dat meebrengt, besteedt Mater Dei dus ook specifieke aandacht aan hoog-intelligente leerlingen.

1 Vele mensen die de school van nabij kennen of gekend hebben vinden de langzame evolutie naar ‘een concentratieschool’ problematisch. Om verschillende redenen hebben ze het moeilijk met de ‘witte vlucht’ en de ‘zwarte vlucht’. Deze evolutie ontneemt volgens hen niet alleen kansen van hun eigen leerlingen, maar ook van andere scholen. Verschillende actoren op en rond de school pleiten voor een meer evenwichtige sociale mix. In hun opinie is het effect van de solidariteit met diverse leerlingen en hun ouders beperkt wanneer andere scholen niet dezelfde solidariteit aan de dag leggen. De Leuvense scholen maakten ondertussen wel afspraken over een meer evenwichtige sociale mix op niveau van de regio, maar deze afspraken lijken momenteel eerder vrijblijvend.

Spanningsvelden

Nieuwe praktijken van solidariteit bewegen op een aantal spanningsvelden. Welke spanningsvelden bepalen op welke wijze mee de ontwikkeling van solidariteit in diversiteit in deze case?

spanningsvelden.pdf

Gelinkte kwesties